Groter risico voor rechtspersonen met één bestuurder

Printvriendelijke versie

Rechtspersonen met slechts één bevoegd bestuurder krijgen de kennis van die ene bestuurder aan zichzelf toegerekend. Dat heeft alles te maken met de verjaringstermijn voor vernietiging van een onverschuldigde betaling.

De stichting heeft in die situatie geen enkele mogelijkheid om zich te weren tegen eventuele kwade bedoelingen van de bestuurder, zoals het dienen van zijn of haar eigen belang. De Rechtbank Rotterdam behandelde onlangs een dergelijke zaak waarbij de bestuurder als persoon een vaststellingsovereenkomst met de fiscus had gesloten waarbij de bestuurder een aanzienlijk bedrag aan de fiscus heeft betaald. De stichting vordert later – onder de nieuwe bestuurder – dat bedrag terug van de Belastingdienst als onverschuldigde betaling.
Voor onverschuldigde betaling, en ook voor ongerechtvaardigde verrijking, geldt een verjaringstermijn van vijf jaar. Om de betaling te laten vernietigen geldt een verjaringstermijn van drie jaar. De datum van betaling is daarbij leidend. In deze casus was al een termijn van vijf jaar verstreken. Bovendien stelde de rechter dat de stichting bekend was met de betaling, omdat de bestuurder zich bewust was van de betaling. Die bewustheid rekende de rechtbank toe aan de stichting. Dat is het gevolg van de keuze van de stichting om maar één bestuurder te hebben.

Wilt u meer weten over het oprichten van een stichting of het benoemen van bestuurders daarin? Bel ons voor het maken van een afspraak.

Bron: OpMaat 3 april 2020, nr. 2020/0134, ECLI:NL:RBROT:2020:605.