Afwijking van gelijke verdeling schulden bij scheiding is uitzonderlijk

Printvriendelijke versie

Sommige huwelijken duren niet lang. Maar ook echtscheidingen na een uitermate kort huwelijk – zonder huwelijkse voorwaarden – kunnen tot vervelende financiële gevolgen. Bijvoorbeeld als een van de partners voorafgaand aan het huwelijk flinke schulden heeft gemaakt. De regel is namelijk dat de gemeenschap van goederen in een huwelijk alle schulden van beide partners bij elkaar opgeteld omvat. Wordt die ontbonden, dan wordt ook de schuld in twee gelijke helften verdeeld. Er is echter een kleine ontsnappingskans.

Bij een echtscheiding komt nogal eens de vraag boven of een schuld, die door één van de partners vóór het huwelijk is aangegaan, toch buiten de te verdelen gemeenschap van goederen kan worden gehouden. Normaal gesproken echter zal de aard van de schulden niet zodanig zijn dat deze aan de inbrengende partij (de partij die de schuld is aangegaan) moeten blijven toebehoren. Er wordt dan gekeken of het redelijk en billijk is dat na de scheiding de schuld door slechts een van de partners moet worden gedragen. Meestal is dat niet zo.
Echter, er kan sprake zijn van feiten en omstandigheden, waardoor redelijkheid en billijkheid rechtvaardigen dat de schuld bij de inbrengende partij blijft.

Een voorbeeld: M en V zijn in 2008 in gemeenschap van goederen met elkaar getrouwd. Hun huwelijk is in 2009 door echtscheiding ontbonden. Er zijn geen kinderen uit het huwelijk geboren. Tijdens de echtscheiding blijkt dat M vóór het huwelijk twee geldleningen van samen ruim € 20.000 heeft afgesloten bij een bank. Volgens V hoeft zij niet bij te dragen in deze schulden, omdat deze alleen aan M toebehoren, en dat het dus redelijk en billijk is dat alleen M voor de schulden op moet draaien.

Uiteindelijk heeft het gerechtshof besloten dat V niet mee hoeft te betalen en dat de schulden volledig door M moeten worden betaald. Het hof nam hierbij het volgende in overweging:
1. Het was een kort huwelijk waarin niet of nauwelijks sprake was van samenwoning en waarin geen gemeenschappelijke huishouding is gevoerd.
2. Bepaalde schulden zijn vóór het huwelijk door één van de partijen gemaakt.
3. De andere partner komt pas tijdens de echtscheidingsprocedure achter die schulden.
4. Er kan door de partij die de schulden is aangegaan geen behoorlijke verantwoording worden afgelegd over de besteding van het geld.

De regel blijft wel: verdelen. Uitzonderingen zijn slechts in bijzondere gevallen mogelijk.

Wilt u meer weten over verdeling bij echtscheiding? Neem contact met ons op voor een afspraak. Wij maken een helder overzicht voor u en zorgen ook voor de juridische vastlegging.

Bron: Opmaat Personen- en familierecht, nieuws 2013/262