Hypotheekrente aftrekbaar alleen bij eigen woning

Printvriendelijke versie

Om in aanmerking te komen voor aftrek van hypotheekrente voor de inkomstenbelasting moet er sprake zijn van een eigen woning. Voor de bepaling daarvan zijn twee criteria van belang, te weten: 1) u, uw fiscale partner of beiden zijn eigenaar van de woning en 2) de woning is uw hoofdverblijf. Vooral dit tweede criterium kan de nodige discussie opleveren. Indien u een woning koopt die nog leeg staat of een nieuwbouwwoning koopt die nog moet worden afgebouwd, maar wel zal worden bestemd tot hoofdverblijf, is de aftrek van hypotheekrente toegestaan.

Dat was echter niet het geval in een zaak voor het Gerechtshof Amsterdam. De koper van een perceel grond met daarop een afgebrand woonhuis en een stacaravan op het erf bij de woning, woonde zelf in een gehuurd woonappartement. Volgens het gerechtshof waren er diverse redenen aanwezig om de woning niet aan te merken als hoofdverblijf. Ten eerste was het niet aannemelijk dat de koper (tijdelijk) in de stacaravan zou gaan wonen nu hij de beschikking heeft gehouden over het gehuurde appartement. Ten tweede heeft koper slechts sloopwerkzaamheden aan de afgebrande woning verricht en geen wederopbouwwerkzaamheden en was herbouw van de woning in strijd met het bestemmingsplan. Bovendien was de koper kennelijk niet van plan binnen afzienbare tijd de herbouw op te starten. Hierdoor kan volgens het gerechtshof geen sprake zijn van een eigen woning in de zin van de Wet inkomstenbelasting.

Als het bestemmingsplan de bouw van een woning zou toelaten en ook een bouwvergunning door de koper zou zijn aangevraagd was het oordeel van het gerechtshof mogelijk anders geweest. In een andere zaak werd echter door het Gerechtshof Den Haag geoordeeld dat het hebben van een bouwvergunning onvoldoende is. Er moet ook daadwerkelijk zijn begonnen met de bouw van de woning.

Wilt u meer weten over de aftrekbaarheid van hypotheekrente bij aankoop van woning? Raadpleeg de notaris vóór u tot aankoop besluit. Wij zijn u graag van dienst.

Bron: Gerechtshof Amsterdam, 25 april 2013, NTFR 2013/1940