Hoge Raad vindt bedrijfsopvolgingsregeling voor erfbelasting geen discriminatie

Printvriendelijke versie

Al eerder schreven we over de mogelijkheid om bezwaarschriften in te dienen tegen belastingaanslagen na overlijden. Dit hield verband met een uitspraak van de Rechtbank Breda. De rechtbank vond dat er sprake was van discriminatie, omdat mensen die ondernemingsvermogen erven een grote vrijstelling krijgen voor de erfbelasting, terwijl mensen die een ‘gewone erfenis’ krijgen daar veel erfbelasting over moeten betalen.

Inmiddels heeft de Hoge Raad, Nederlands hoogste rechtscollege, over de zaak beslist en daarbij de rechtbank ongelijk gegeven. De Hoge Raad vindt dat bij het maken van de wet onder andere is gekeken naar veelvoorkomende situaties van bedrijfsopvolging. De aanslag erfbelasting kan soms zo hoog zijn dat het bedrijf in gevaar komt bij het overlijden van de ondernemer. De gevolgen die dat heeft voor de werkgelegenheid en de economie in het algemeen zijn redenen geweest om bij bedrijfsopvolging ruimere vrijstellingen te hanteren. De Hoge Raad vindt dat deze keuze niet zo onredelijk is, dat er strijd is met het gelijkheidsbeginsel in Nederland.

Omdat er heel veel bezwaarschriften waren ingediend is de weg van de zogenaamde ‘massaal bezwaar procedure’ gevolgd. Nu de uitspraak bekend is zal de Belastingdienst in één keer alle bezwaren afwijzen. Iemand die het hier toch niet mee eens is, kan een individuele uitspraak op het bezwaar aanvragen bij de eigen inspecteur, daarna kan men eventueel ook nog in beroep bij de Rechtbank.

Wilt u weten hoe de vrijstellingen in uw geval uitpakken? Of hebt u behoefte aan begeleiding als u overweegt om toch een bezwaar in te dienen? Onze specialisten helpen u graag.

Bron: Notamail 2013/312