Onduidelijke rente in testament leidt tot ruzie

Printvriendelijke versie

Veel ouders hebben ooit een langstlevenden testament gemaakt. De meeste ouders togen naar de notaris toen de kinderen nog klein waren en ze ook de voogdij voor de kinderen wilden regelen.

In die oude testamenten staat vaak dat de kinderen hun erfdeel pas krijgen als de laatste ouder is overleden. In de periode tussen het eerste en het tweede overlijden krijgen de kinderen een vordering op hun langstlevende ouder. Deze vordering kunnen zij niet opeisen, maar er wordt meestal wel een rente over vergoed. Die rente wordt dan pas uitbetaald bij het overlijden van de laatste ouder. Dat is fijn voor de ouder, want deze hoeft dan tijdens leven geen rente aan de kinderen te betalen. Voor de kinderen kan het betekenen dat zij een fors bedrag krijgen zonder dat zij daarover erfbelasting hoeven te betalen.

Onlangs moest de rechtbank in Den Haag oordelen over een renteclausule in een oud testament uit 1977. Daarin stond dat de kinderen rente vergoed kregen die gelijk was aan de rente op bepaalde depositorekeningen bij destijds de Rijkspostspaarbank. De vier kinderen kregen vervolgens ruzie omdat zij de omvang van hun geldvordering niet goed konden bepalen. De rechtbank vond dat deze rente niet meer te achterhalen was en bepaalde dat de rente gelijk gesteld moest worden aan de wettelijke rente. Volgens de rechtbank betekende dit dat de vorderingen van € 351.456 in 20 jaar tijd waren aangegroeid tot € 1.447.193.

Wilt u uw nabestaanden dergelijke onduidelijkheden besparen? Misschien is uw testament ook toe aan een update, om de terminologie aan te laten sluiten bij de huidige tijd! Wij helpen u graag om de valkuilen in uw testament op te sporen.

Bron: Notamail 2014/27