Geen verlaagd tarief overdrachtsbelasting voor woonzorgwoningen

Printvriendelijke versie

Vóór 1 juli 2011 was bij eigendomsoverdracht van een woonhuis 6% overdrachtsbelasting verschuldigd over de koopsom van de woning. Vanaf laatst gemelde datum is dit tarief door de Staatssecretaris van Financiën verlaagd naar 2%. De verlaging was bedoeld om de malaise in de woningmarkt een halt toe te roepen en de verkoop van woningen te stimuleren.

Om gebruik te kunnen maken van dit verlaagde tarief moet het uitsluitend gaan om de aankoop van woningen, die naar hun aard bestemd zijn voor bewoning door particulieren. Het maakt in dit geval niet uit of de koper de woning zelf gaat bewonen of deze gaat verhuren aan een particulier.
Aankoop van een bedrijfsgebouw of een garagebox valt hier niet onder en is dus belast met het normale tarief van 6%.

Er bestaat veel misverstand over de aankoop van grond bestemd voor de bouw van een woning. Het besluit van de staatssecretaris is hierover echter duidelijk. Op het moment van de eigendomsoverdracht moet er sprake zijn van een woning. In geval van twijfel kan het van doorslaggevende betekenis zijn dat door de gemeente aan de onroerende zaak vóór aankoop een woonbestemming is gegeven.

Maar ook als de onroerende zaak de uiterlijke kenmerken van een woning heeft, is het niet altijd zeker dat hiervoor het verlaagde tarief van 2% geldt. Zo worden woningen die behoren tot een woon-zorgcomplex en door patiënten van de woonzorginstelling worden bewoond niet aangemerkt als woning. Op deze woning rust de bestemming ‘maatschappelijke woonzorg’ en dat is weer iets anders dan de bestemming ‘wonen’ volgens de staatssecretaris.

Wilt u weten of u bij aankoop van een ‘woning’ gebruik kunt maken van het verlaagde overdrachtsbelastingtarief van 2%? Maak dan een afspraak met ons kantoor. Wij kunnen u daarin deskundig adviseren.

Bron: Rechtbank Den Haag, 27 maart 2014, RBDHA:2014:5655