Vaststelling WOZ-waarde bij verhuurde objecten

Printvriendelijke versie

De vaststelling van de WOZ-waarde door gemeenten geeft elk jaar aanleiding tot discussie over de totstandkoming van die waarde. Over de door de gemeente vastgestelde waarde moet immers onroerende zaak belasting worden voldaan. Hoe wordt deze waarde bepaald en welke factoren zijn voor de gemeente van invloed geweest op de waardebepaling?

Om de waarde te bepalen, wordt door gemeenten opdracht gegeven aan taxatiebureaus om alle gebouwen in de gemeente te taxeren. Deze bureaus gaan natuurlijk niet elk gebouw in de gemeente taxeren, dat zou onbegonnen werk zijn. Meestal worden woningen of gebouwen vergeleken met soortgelijke woningen of gebouwen in dezelfde straat. Een maatstaf kan zijn de recente verkoopprijs van een soortgelijke woning in die straat.

Maar niet in alle gevallen kan worden uitgegaan van de verkoopprijs. Door de Hoge Raad werd in april van dit jaar een zaak behandeld, waarbij een besloten vennootschap onlangs een geheel verhuurd kantoorpand had gekocht voor ruim 18 miljoen euro. De WOZ-beschikking waarin de vastgestelde waarde was vermeld, bleek gelijk te zijn aan de koopsom. Volgens de Hoge Raad was dit een onjuiste vaststelling van de waarde. Ook ingeval een kantoorpand is verhuurd zal moeten worden uitgegaan van de waarde van het gebouw in vrij opleverbare staat (dus in niet verhuurde staat). De Hoge Raad onderbouwde zijn oordeel met het gegeven, dat bestaande huurcontracten geen invloed mogen hebben op de waarde van het pand.

Huurcontracten kunnen qua looptijd en voorwaarden onderling zo wezenlijk van elkaar verschillen, dat van een objectieve waardebepaling geen sprake kan zijn. De koopsom die voor verhuurde kantoorpanden wordt betaald, ligt vaak hoger dan de waarde in vrij op te leveren staat. De zoektocht naar een huurder wordt de koper namelijk bespaard.

Wilt u meer weten over dit onderwerp? Bel ons kantoor of maak een afspraak. Wij zijn u graag van dienst.

Bron: Hoge Raad, 25 april 2014, ECLI:NL:HR:2014:982