Eigenwoningschuld bij einde relatie

Printvriendelijke versie

De nieuwe eisen die per 1 januari 2013 worden gesteld om in aanmerking te komen voor de eigenwoningrenteaftrek kunnen tot financieringsproblemen leiden bij verbreking van de relatie. Als beide partners eigenaar zijn van de woning zal bij het einde van de relatie één van de partners de mogelijkheden onderzoeken om het aandeel van de andere partner over te nemen.

Dit overnamedeel zal opnieuw moeten worden gefinancierd. Voor deze nieuwe financiering gelden dan de nieuwe regels per 1 januari 2013. Dat betekent onder andere dat de lening op basis van een annuïtair schema in 30 jaar moet zijn afgelost. Het is dan vaak de vraag of de overnemende partner deze verhoogde lasten kan dragen.

Door de Vereniging Eigen Huis en de Consumentenbond is bij de Minister voor Wonen en Rijksdienst gepleit om voor dergelijke gevallen een tegemoetkoming in het leven te roepen. Deze tegemoetkoming zou moeten inhouden, dat ook voor het opnieuw gefinancierde deel de regels van vóór 1 januari 2013 van toepassing blijven.

De minister is echter van mening dat afwijken van de per 1 januari 2013 ingevoerde regelgeving niet bijdraagt aan de zo gewenste vereenvoudiging van de fiscale wetgeving.

De overnemende partner zal dus in de toekomst behoorlijk moet boekhouden om recht te blijven houden op aftrek van de rente voor zijn eigenwoningschuld. Hij heeft immers te maken met een schuld waarop de ‘oude’ regels van toepassing zijn en een schuld die volgens de ‘nieuwe’ regels in 30 jaar moet zijn afgelost. Daarnaast zal hij de termijnen waarover recht op aftrek bestaat in acht moeten houden.

Van de notaris mag u in dergelijke zaken een deskundig advies verwachten. Hij zal met u zowel de huidige situatie doornemen als ook de gevolgen voor de toekomst, zodat u een weloverwogen besluit kunt nemen.

Bron: Minister van Wonen en Rijksdienst, 11 juni 2014, NTFR 2014/1573