Mondeling aangegane schulden tellen niet mee bij verblijvingsbeding

Printvriendelijke versie

Het is niet ongebruikelijk dat samenwoners ieder voor de helft een huis kopen en in de leveringsakte bij de notaris een verblijvingsbeding vastleggen. Daarmee kan de langstlevende partner na het overlijden van een van hen in het huis blijven wonen. Erfgenamen kunnen daar niets tegen doen. De vraag is of erfgenamen wel aanspraken hebben als in de akte is afgesproken dat de langstlevende partner de schuld van een eventuele geldlening voor de aankoop op zich neemt.

Leidend is de tekst van het verblijvingsbeding en de clausule in de akte. Die zijn normaliter niet voor tweeërlei uitleg vatbaar. Daarmee voorkomen partijen – en dat was ook de bedoeling – dat er later geen misverstand en onenigheid ontstaat. Zo moest de rechtbank in Den Haag oordelen over een situatie waarin de overleden partner bij aankoop van het huis een geldlening van zijn had ontvangen en de langstlevende partner haar aandeel in de koopsom op de derdengeldenrekening van de notaris had gestort. Van die geldlening was echter geen schriftelijke overeenkomst gemaakt. Hebben de erfgenamen van de overleden partner dan toch nog een vordering op de langstlevende partner?
Omdat over de betreffende handelingen niets in het verblijvingsbeding was opgenomen, concludeert de rechtbank dat het kennelijk de bedoeling van partijen is geweest om bewijsvoorschrift te voorkomen en in het midden te laten of de overleden partner al dan niet van diens ouders een lening heeft ontvangen. Bij gebrek aan een onderhandse of authentieke akte ziet de rechter daarom geen basis voor een vordering van de erfgenamen op de langstlevende.

Er kunnen nog meer redenen zijn waarom de erfgenamen geen voet aan de grond krijgen. Als er een verblijvingsbeding in de akte is opgenomen, mogen partijen worden verondersteld op de hoogte te zijn van de schriftelijkheidsvereiste. Als een lening daar onderdeel van moet uitmaken, moet dat ook schriftelijk worden vastgelegd. Als de overleden partner nooit iets heeft ondernomen om dat te doen, dan is dat kennelijk zijn of haar bedoeling geweest. Blijkt vervolgens ook – althans wordt niet overtuigend weersproken – dat de langstlevende partner nooit iets van de lening heeft geweten, dan is dat voor de rechter ook een reden om geen rekening te houden met de mondelinge afspraak.

Wilt u meer weten over het al dan niet vastleggen van belangrijke onderdelen in de onderlinge verhouding tussen u en uw partner? Bel ons voor het maken van een afspraak.

Bron: Opmaat Personen- en familierecht, nieuws 2014/337, ECLI:NL:RBDHA:2014:6909