Financiële nood geen reden voor huuropzegging

Printvriendelijke versie

Huurders van woningen genieten huurbescherming. Dat wil niet zeggen dat er geen redenen voor de verhuurder kunnen zijn om de huur op te zeggen. De wetgever heeft in het Burgerlijk Wetboek een limitatieve opsomming gegeven voor beëindiging van de huurovereenkomst. Met andere woorden alleen in die gevallen die in de wet zijn genoemd mag de verhuurder gebruik maken van zijn bevoegdheid de huur op te zeggen. Eén van deze redenen kan zijn, dat de verhuurder de verhuurde woning dringend nodig heeft voor eigen gebruik, mits ook de huurder andere passende woonruimte kan krijgen.

Een voorgenomen verkoop van de woning kan echter niet worden aangemerkt als dringend eigen gebruik. In een procedure voor de kantonrechter van de Rechtbank Limburg werd een vordering tot ontbinding van de huurovereenkomst afgewezen, omdat de verhuurder de woning wilde verkopen, om daarmee zijn financiële problemen op te lossen. Verhuurder verbleef in een zorginstelling en had daarom zijn woning verhuurd. Omdat de eigen bijdrage voor zijn verzorging in de instelling aanzienlijk was verhoogd, zegde de verhuurder de huur op om de woning te kunnen verkopen.
De kantonrechter was van oordeel, dat de wet niet voorzag in opzegging van de huurovereenkomst om deze reden. Het belang van de huurder om te kunnen blijven wonen, weegt volgens de rechter zwaarder dan het financieel belang van de verhuurder.

De kans op succes voor de verhuurder was mogelijk groter geweest, als hij een beroep had gedaan op de in de wet neergelegde onvoorziene omstandigheden. Op het moment van het sluiten van de huurovereenkomst kon immers niet worden voorzien dat door latere wetswijziging de eigen bijdrage voor het verblijf in een zorginstelling aanmerkelijk zou worden verhoogd. Een dergelijke wijziging in de omstandigheden kan op grond van de redelijkheid en billijkheid aanleiding zijn om de huurovereenkomst niet in stand te houden.

Wilt u meer weten over dit onderwerp? Maak dan een afspraak met ons kantoor. Wij zijn u graag van dienst.

Bron: Kantonrechter Rechtbank Limburg, 19 februari 20914, RBLIM:2014:2138