Concurrentiebescherming niet altijd waterdicht

Printvriendelijke versie

Het huren van een onderneming om die onderneming zelf te gaan voeren komt in ondernemersland regelmatig voor. Meestal wordt daarbij ook het bedrijfspand gehuurd. Dat was ook het geval bij een ondernemer die, na tien jaar een bedrijfspand te hebben gehuurd, op korte afstand van de oude onderneming een ander bedrijfspand wilde huren om daar een eigen onderneming in te beginnen. Dat kan niet anders dan tot onenigheid leiden.

Als bij aanvang van de huur geen beding is opgenomen dat huurder in de directe omgeving geen soortgelijk bedrijf zou mogen starten, dan kan de verhuurder daar niets tegen inbrengen. Of toch wel? In dit geval stelde de verhuurder zich op het standpunt dat niet alleen het bedrijfspand in de huur betrokken was, maar ook de goodwill. Kan dat argument de huurder wel in diens vrijheid beperken om in de directe omgeving een eigen bedrijf te beginnen?

Bijna twintig jaar geleden gaf de Hoge Raad een regel voor dergelijke situaties in geval van verkoop. De Hoge Raad vindt het niet redelijk en billijk dat ingeval van verkoop de rechtsopvolger de overdrager concurrentie aandoet door vlakbij de onderneming hetzelfde werk te gaan doen. Overigens speelt de plaatselijke bekendheid van de overdrager mee bij de beoordeling of de rechtsopvolger al dan niet geoorloofd heeft gehandeld.

In dit specifieke geval achtte het Hof Den Bosch vorig jaar dat niet op voorhand kan worden aangenomen dat de ex-huurder inbreuk maakt op de goodwill van de ex-verhuurder. De ex-verhuurder kan zijn opgebouwde goodwill tot aan de start van de huur niet betrekken in de goodwill die de ex-huurder daarna tien jaar lang heeft opgebouwd. Het hof ziet daarom geen enkele reden om de vrijheid van arbeid en vestiging van de ex-huurder te beperken.

Wilt u meer weten over de regels bij (ver)huur en (ver)koop van een onderneming? Bel ons voor het maken van een afspraak.

Bron: RCR 2015/11; GHSHE:2014:2832