Tijdelijke verhuur woning

Printvriendelijke versie

Voor huiseigenaren die in verband met hun werk tijdelijk elders gaan of moeten gaan wonen, wordt door de Leegstandswet de mogelijkheid geboden om hun huis tijdelijk te verhuren. Voor de huurder gelden dan geen huurbeschermingsregels en aan het einde van de huurtermijn moet de huurder de woning weer verlaten. Om de tijdelijke huurovereenkomst te kunnen afsluiten is een gemeentelijke vergunning nodig.

In juli 2013 zijn de regels voor tijdelijke verhuur op basis van de Leegstandswet versoepeld. Zo mag de verhuurder zelf de prijs bepalen en wordt de gemeentelijke vergunning verleend voor een termijn van 5 jaar. Hierdoor worden huiseigenaren (gedeeltelijk) ontlast van dubbele woonlasten en wordt voorkomen dat zij daardoor in financiële problemen raken.

Het sluiten van een huurovereenkomst op basis van de Leegstandswet is aan strenge regels gebonden. Wordt niet aan deze regelgeving voldaan dan is de sanctie dat de huurder wel huurbescherming geniet en de verhuurder na afloop van de afgesproken huurtermijn niet in zijn woning kan terug keren.

Dat bleek in een zaak voor de rechtbank Gelderland in juli 2014. Een woningeigenaar verhuurt op 25 april 2012 voor een termijn van 2 jaar zijn woning aan een derde op grond van de Leegstandswet. De gemeentelijke vergunning wordt op 2 mei 2012 verstrekt. Na afloop van de huurtermijn wenst de huurder niet te vertrekken en beroept zich op huurbescherming.
De eigenaar vordert echter ontruiming van de woning.

De rechtbank stelt de huurder in het gelijk omdat aan één van de vereisten van de Leegstandswet niet is voldaan, te weten de woning moet op het moment van het sluiten van de huurovereenkomst leeg staan. Dat was op 25 april 2012 nog niet het geval, omdat de verhuurder toen nog in de woning verbleef. De vergunning is dus ten onrechte verleend met als gevolg dat de huurder thans huurbescherming geniet.
Bovendien schrijft de Leegstandswet voor, dat in de huurovereenkomst melding moet worden gemaakt van de verleende gemeentelijke vergunning, evenals van de termijn waarvoor deze vergunning is verleend. Op 25 april 2012 was deze vergunning nog niet verstrekt en kon om die reden dan ook niet zijn opgenomen in de huurovereenkomst.

Door het opnemen van een opschortende voorwaarde in de huurovereenkomst had de verhuurder echter deze problemen kunnen voorkomen.

Bent u voornemens uw woning tijdelijk te verhuren? Laat u dan deskundig adviseren door de notaris. Wij zijn u graag van dienst.

Bron: Rechtbank Gelderland, 23 juli 2014, ECLI:RBGEL:2015:4634