Schadevergoeding bij uittreding uit coöperatie

Printvriendelijke versie

Leden van coöperaties zijn vrij om hun lidmaatschap van de coöperatie te beëindigen. Ten opzichte van het lidmaatschap van een vereniging is er wel een belangrijke uitzondering. Er kunnen namelijk in de statuten van een coöperatie voorwaarden worden verbonden aan de uittreding. Tot voor kort was het de vraag of dergelijke voorwaarden volledig in de statuten moesten worden omschreven, of dat daarin slechts een grondslag behoeft te worden gegeven met een verdere uitwerking in het huishoudelijk reglement. De Hoge Raad heeft daarin deze zomer duidelijkheid verschaft.

In de zaak waarin de Hoge Raad cassatie-uitspraak deed, ging het over een bepaling in de statuten dat uittreders een schadevergoeding aan de coöperatie zouden moeten betalen. Over de omvang daarvan werd bepaald dat deze zou worden vastgesteld door een aan te wijzen deskundige. Verder was daarover in de statuten vermeld dat de deskundige daarbij rekening moest houden met grondslagen die in het huishoudelijk reglement zouden worden uitgewerkt. Dat laatste was echter niet gebeurd.

Aan de wettelijke eis wat betreft het opnemen van de uittredingsvoorwaarde in de statuten is voldaan, als zij uit de statuten voldoende blijkt en de aard en omvang van de daaruit volgende verplichtingen voor de uittreder voldoende te bepalen is. Ook al ontbreken de grondslagen van de schadevergoeding in het huishoudelijk reglement, als uit de statuten voldoende blijkt hoe de schadevergoeding berekend moet worden, is volgens de Hoge Raad aan de wettelijke eisen voldaan.

Wilt u meer weten over de verplichtingen van het lidmaatschap van een coöperatie en het beëindigen daarvan? Bel ons voor het maken van een afspraak.

Bron: Opmaat voor het Notariaat nieuws 2015/791; ECLI:NL:HR:2015:1601