Geen huurontbinding ondanks aanwezigheid hennep

Printvriendelijke versie

Het is de vrees van veel verhuurders dat de verhuurde woning, schuur of garage wordt gebruikt voor de hennepteelt. Na constatering van de aanwezigheid van hennepplantjes in de woning gaat de verhuurder meestal onmiddellijk over tot het vorderen van ontruiming van het gehuurde. Maar dat dit niet altijd een uitgemaakte zaak is, blijkt uit de uitspraak van het Gerechtshof Den Bosch in augustus 2015.

Nadat de verhuurder van een woning door inschakeling van de politie tot de ontdekking was gekomen dat zich in de berging van de verhuurde woning enkele honderden hennepstekjes bevonden en daarnaast niet aangesloten lampen, droogrekken en een weegschaal, vorderde de verhuurder ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van de woning.
In eerste aanleg wees de Kantonrechter de vordering van verhuurder toe, maar in hoger beroep oordeelde het Gerechtshof Den Bosch anders.

Weliswaar kon niet worden ontkend dat er hennepstekjes in de woning waren, maar de vraag was of deze konden worden gebruikt voor de handel of voor de teelt. Aangezien de stekjes door gebrek aan watertoevoer deels waren verdroogd, gaat het gerechtshof ervan uit, dat deze stekjes niet bestemd waren voor verkoop of de teelt van hennep.

Volgens de heersende jurisprudentie ontbreekt een rechtsgrond voor toewijzing van de vordering tot huurontbinding en ontruiming van de woning. Dat is alleen het geval als er sprake is van een in werking zijnde of in een fase van aanleg verkerende hennepkwekerij.
Nu er ook geen stankoverlast, wateroverlast of een brandgevaarlijke situatie werd aangetroffen, moet het gerechtshof de vordering afwijzen. Ook het feit dat volgens de verhuurder de berging van de woning niet wordt gebruikt overeenkomstig de bestemming en zoals het een goed huurder betaamt, kan de verhuurder niet baten. De geringe omvang van het aantal stekjes rechtvaardigt volgens het gerechtshof niet de ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van de woning.

Bron: Gerechtshof Den Bosch, 25 augustus 2015, GHSHE:2015:3314